Vandaag zag ik een man, hij had een been in het gips en hij hield een bord vast waarop geschreven stond dat een bekende politicus een fascist, een zionist en een racist was. Dit is vrijheid van meningsuiting, stond eronder. Een man in een pak met een oranje stropdas sprak hem aan, ik denk dat er in de naam van zijn partij het woord vrijheid stond. Ik liep door. Vrijheid, wat is vrijheid eigenlijk, dacht ik.
Freedom is just another word for nothing left to lose, zong Janis Joplin.
Vrijheid heeft geen grenzen, hoe moet ik me iets voorstellen dat eindeloos is en mij nooit een halt toe zal roepen terwijl ik een sterfelijk mens ben? Bij de gedachte aan grenzeloosheid raak ik in de war. Ik raak oververmoeid en gedesorixebnteerd. Ik verlang naar iemand die me tot de orde roept, die me bij de hand pakt en zegt: Kijk eens om je heen, zie wat je hebt, waarom is het nooit genoeg voor jou? Waarom wil je een wereld veroveren die jou verstikt met haar zwaartekracht? Geniet, sta stil bij de mooie dingen, sta stil bij het verdriet, leef zolang het nog kan.
W.F Hermans schreef in 1953 het verhaal Preambule:
Niet veraf is de tijd, waarin door de toenemende bevolkingsdichtheid de individuele vrijheid zodanig zal worden beperkt, dat niemand er nog aan hechten zal zich in woorden een beeld van de wereld of van zichzelf te ontwerpen. Politici willen ons de mening opdringen dat deze (thans door velen gevreesde wereld) ons door xe9xe9n of andere ideologie met geweld van wapenen en concentratiekampen zal worden opgelegd, als wij niet oppassen. Het is niet uitgesloten dat het zo gebeuren zal, maar ons al of niet oppassen zal het komen van deze wereld niet tegen kunnen houden, omdat niemand weet wat er zou moeten worden gedaan.
In die wereld zal men er even weinig over denken individueel te handelen of iets te verkondigen, als men er in onze wereld over denkt om te gaan duelleren.
Bron: Paranoia
Mijn interpretatie van deze tekst is dat mensen ook in een systeem dat ze niet zelf gekozen hebben, dat hen mogelijk onderdrukt, kunnen overleven en zelfs gelukkig kunnen zijn omdat ze niet beter weten. In hoeverre eeuwige strijdlust, je voortdurend verzetten tegen machthebbers je leven verbetert, ik weet het niet. Ik wilde in de eerste instantie de man met het bord met beledigingen aanspreken. Ik wilde hem zeggen dat hij mij kwetste omdat hij het had over mijn broer, over mijn collega, over mijn buurman maar ik ben het uit de weg gegaan. Ik bereik er niets mee, dacht ik. De discussie is oeverloos, de vorstin is een lichtekooi, de profeet een pedo, de politicus een nazi, de rij opsommingen kan ik nog veel langer maken, ik kan beledigen tot in de pruimentijd maar ik schep een beeld van mijn wereld in woorden. Dat houdt ooit op. Wie neemt dan de pen van me over? Zwijgen leidt naar niets, dus doe iets. Al is het iets kleins, doe voor de aardigheid iets.
Schelden doet geen pijn, zeiden we als kind, Waarom zouden we het dan doen, zegt de volwassene. Binnen die onbeperkte ruimte die vrijheid heet is er toch plaats voor iedereen? Wordt een kosmopoliet in het oneindige maar strooi kruimels zodat je altijd de weg terug kunt vinden naar huis.